Citaat | Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 31 Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS4741.
3.5. Voorzover het middel klaagt over het tijdsverloop dat is gemoeid geweest met de betekening van de verstekmededeling van het vonnis van de Politierechter, faalt het. Nu de verdachte zich - nadat hij op 28 mei 1999 hoger beroep had ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg - op 27 maart 2000 heeft laten uitschrijven uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en niet kan blijken dat hij voorzieningen heeft getroffen om te bereiken dat hij kennis kreeg van de appèldagvaarding, heeft het Hof kennelijk geoordeeld dat de verdachte niet langer dan redelijk is onder de in art. 6, eerste lid, EVRM bedoelde dreiging van een (verdere) strafvervolging heeft geleefd. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40, en de alinea staat in dat document op bytes 12517 tot 13303.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/57eed2c3e8fd9be2197ffc14f3579587ecba417bb56745037ef09ca1a0788f40 | shasum -a 256