Citaat | Hoge Raad 17 juni 2005
Alinea 39 Hoge Raad 17 juni 2005
Een alinea uit Hoge Raad 17 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5103.
3.3.2 De onderdelen 4 en 5 zijn gericht tegen rov. 5.9 en lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Onderdeel 4 klaagt dat het hof het verweer van [eiser] c.s. dat [verweerster] geen (rechtens relevante) schade heeft geleden, niet heeft mogen passeren zoals het in rov. 5.9 heeft gedaan, nu het had moeten onderzoeken hoe hoog de ontbindingsvergoeding zou zijn geweest indien de kantonrechter die, bij gebreke van een schikking, had vastgesteld en de vraag had dienen te beantwoorden of sprake was van aan [eiser] c.s. toe te rekenen schade. Onderdeel 5 - dat feitelijke grondslag mist voor zover het ervan uitgaat dat het hof met "hetgeen hierboven onder 5.8 is overwogen" het oog heeft op het aangaan van de betalingsverplichting - voegt daaraan toe dat het hof niet zonder nader onderzoek kon oordelen dat in de omstandigheden van het geval het aangaan van de verplichting tot betaling van ƒ 55.000,-- kon worden aangemerkt als een handelwijze die een schade van ƒ 55.000,-- heeft veroorzaakt, omdat waarschijnlijk is dat bij het niet aangaan van die verplichting de kantonrechter een hogere - ook niet te verhalen - vergoeding zou hebben vastgesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4ac3c448baa1726e40adb01b411c362e2727408f87a9c722b9cec71e96e05a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4ac3c448baa1726e40adb01b411c362e2727408f87a9c722b9cec71e96e05a6, en de alinea staat in dat document op bytes 11257 tot 12426.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4ac3c448baa1726e40adb01b411c362e2727408f87a9c722b9cec71e96e05a6 | shasum -a 256