Citaat | Hoge Raad 29 maart 2005
Alinea 49 Hoge Raad 29 maart 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5435.
3.4. Het in art. 1, eerste lid, Sr verankerde legaliteitsbeginsel is ook belichaamd in art. 7, eerste lid, EVRM en art. 15, eerste lid, IVBPR. De aard en inhoud van de aan de hier toepasselijke voorschriften ten grondslag liggende norm maakt enerzijds een zekere vaagheid in de delictsomschrijving onvermijdelijk, terwijl anderzijds die voorschriften voldoende concreet zijn om de betrokkene in staat te stellen zijn gedrag daarop af te stemmen. Daarbij verdient opmerking dat van professionele marktdeelnemers, zoals in het onderhavige geval, mag worden verlangd dat deze zich terdege laten informeren over de beperkingen waaraan hun gedragingen zijn onderworpen. Gelet op de door het Hof feitelijk vastgestelde lekverliezen (bewijsmiddel 3), moet het ook voor de verdachte duidelijk zijn geweest dat haar gedraging een overtreding van de desbetreffende voorschriften opleverde. De toepassing daarvan is derhalve niet in strijd met het eerdergenoemde beginsel of de eerdergenoemde verdragsbepalingen (vgl. HR 18 januari 2005, LJN AR6579).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e58fa9c1966d44ebe1367aeadb9c9a55bad0d730add8269514468ef04da34c74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e58fa9c1966d44ebe1367aeadb9c9a55bad0d730add8269514468ef04da34c74, en de alinea staat in dat document op bytes 14913 tot 15965.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e58fa9c1966d44ebe1367aeadb9c9a55bad0d730add8269514468ef04da34c74 | shasum -a 256