Citaat | Hoge Raad 22 maart 2005
Alinea 24 Hoge Raad 22 maart 2005
Een alinea uit Hoge Raad 22 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5550.
Op grond van het voorgaande, met name het tijdsverloop tussen het instellen van het hoger beroep op 12 juli 2001 en de binnenkomst van de stukken ter griffie van het hof op 31 juli 2003, is het hof van oordeel dat de behandeling van de zaak niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden zodat er sprake is van schending van het recht van de verdachte op behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM. Gelet echter op de daaropvolgende voortvarende afhandeling van de zaak in de appelfase is het hof van oordeel dat de totale overschrijding van de redelijke termijn slechts gering is. Mede gelet op de complexiteit, de aard en de omvang van het opsporingsonderzoek in de zogenaamde Goudhaantje-zaak, waarvan de strafzaak en de onderwerpelijke ontnemingszaak tegen de verdachte deel uitmaken, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en het hof zal daarom volstaan met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0e6c8cec7ba9a039e70f8253dd9e5dc123f5b1d3c44678f235d7b2c207bb4ae7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0e6c8cec7ba9a039e70f8253dd9e5dc123f5b1d3c44678f235d7b2c207bb4ae7, en de alinea staat in dat document op bytes 8316 tot 9383.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0e6c8cec7ba9a039e70f8253dd9e5dc123f5b1d3c44678f235d7b2c207bb4ae7 | shasum -a 256