Citaat | Hoge Raad 19 april 2005

Alinea 32 Hoge Raad 19 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556.

Alhoewel het enige uit de jurisprudentie bekende vergelijkbare voorbeeld een geval betreft, waarin het laatst te berechten feit met levenslange gevangenisstraf wordt bedreigd (NJ 1999/435), dwingen - naar het oordeel van het hof - noch de wet, noch de jurisprudentie tot de opvatting, dat de volgorde waarin de afzonderlijke feiten bij ongelijktijdige berechting daadwerkelijk aan de rechter worden voorgelegd van belang is. Met andere woorden het doet niet ter zake of het feit met de zwaarste strafbedreiging het eerst, dan wel het laatst wordt berecht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4de4f3ffe4b7f0fbe66037ede8397a76a74caf24398405a1d4f4d95a12f612c8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4de4f3ffe4b7f0fbe66037ede8397a76a74caf24398405a1d4f4d95a12f612c8, en de alinea staat in dat document op bytes 16039 tot 16607.