Citaat | Hoge Raad 11 februari 2005

Alinea 20 Hoge Raad 11 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 11 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5791.

laat de mogelijkheid open dat zijn beslissing tot matiging voortvloeit uit de opvatting dat een verzuimboete wegens het niet of niet-tijdig doen van een aangifte nimmer meer mag belopen dan de belasting die naar aanleiding van die aangifte wordt geheven. Die opvatting is in haar algemeenheid onjuist. Uit de ontstaansgeschiedenis van artikel 67a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen blijkt dat de wetgever de boete wegens het niet-tijdig doen van aangifte bij aanslagbelastingen niet (langer) heeft willen koppelen aan de nog te betalen belasting, zodat de boete zelfs kan worden opgelegd indien geen belasting verschuldigd is of belasting wordt verrekend of teruggegeven (zie met name Kamerstukken II 1988/1989, 21 058, nr. 3, blz. 9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbb6fafddc4bb5cd3f59a375903157a8138b443579313498b0b7793800fa4b7e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbb6fafddc4bb5cd3f59a375903157a8138b443579313498b0b7793800fa4b7e, en de alinea staat in dat document op bytes 8124 tot 8882.