Citaat | Hoge Raad 3 juni 2005

Alinea 38 Hoge Raad 3 juni 2005

Een alinea uit Hoge Raad 3 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5961.

3.3 Onderdeel 1 van het door de man tegen de eindbeschikking van het hof gerichte middel bevat, kort samengevat, de volgende klacht. Voor zover het hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van samenleven in de zin van art. 1:160 BW, is dat onjuist, althans onbegrijpelijk, met name gelet op het feit dat [betrokkene 1] de dagen en nachten in de woning van de vrouw verblijft, [betrokkene 1] en vrouw gezamenlijk de maaltijd gebruiken en zij gezamenlijk met vakantie gaan. Het oordeel van het hof is bovendien onjuist, althans onbegrijpelijk, in het licht van de uit de getuigenverhoren naar voren gekomen en onbetwiste omstandigheden van het geval. Het feit dat de vrouw en [betrokkene 1] ieder een eigen woning hebben staat niet eraan in de weg dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding en samenwoning in de zin van art. 1:160 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4da22a98f3e6920af5f32ed32f7f9e959ebe1c8d32dbbea3d55dfeea21f3121d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4da22a98f3e6920af5f32ed32f7f9e959ebe1c8d32dbbea3d55dfeea21f3121d, en de alinea staat in dat document op bytes 11509 tot 12363.