Citaat | Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 21 Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5978.
3.1 Het gaat in dit geding om het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een machtiging tot voortgezet verblijf als bedoeld in art. 15 lid 1 Wet Bopz. Bij de mondelinge behandeling is namens verzoeker verzocht de zaak aan te houden en een contra-expertise te gelasten om te kijken naar de stoornis en het gevaar. Daartoe werd aangevoerd dat verzoeker het niet eens is met de diagnose, dat hij de ziekte ontkent en dat hij geen medicatie wil, ook geen andere dan hij nu heeft. Voorts werd gesteld dat het gevaar dat in de stukken beschreven staat niet zodanig ernstig is dat steeds een rechterlijke machtiging nodig is om het af te wenden. De rechtbank heeft de verzochte machtiging verleend en daarbij overwogen: "De rechtbank wijst het verzoek tot het verrichten van een contra-expertise in dit stadium af, nu de diagnose ook in een ander ziekenhuis door een onafhankelijke arts is gesteld."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dbf2b67ad0472c95dade865099601050e5b7cfec3317dbbbee2ab32e75be8a3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dbf2b67ad0472c95dade865099601050e5b7cfec3317dbbbee2ab32e75be8a3, en de alinea staat in dat document op bytes 6817 tot 7741.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dbf2b67ad0472c95dade865099601050e5b7cfec3317dbbbee2ab32e75be8a3 | shasum -a 256