Citaat | Hoge Raad 1 april 2005

Alinea 45 Hoge Raad 1 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6006.

3.7 Onderdeel V richt zich tegen rov. 4.13 en 4.14 van het bestreden arrest, waarin het hof met betrekking tot het beroep van [eiser 1] op verjaring van de rechtsvordering van ZAO onder meer heeft overwogen dat het in art. 83b Zfw aan ZAO toegekende recht een eigen recht is en niet een recht dat bij wijze van subrogatie of anderszins op haar is overgegaan. De verjaring van deze eigen rechtsvordering is niet afhankelijk van de verjaring van de rechtsvordering van de verzekerde, maar moet zelfstandig worden beoordeeld aan de hand van art. 3:310 BW. Dit leidt het hof tot het oordeel dat, nu de verjaring in elk geval is gestuit door de aansprakelijkstelling van 9 juni 1999, de rechtsvordering van ZAO enkel is verjaard indien zij in de periode van 21 januari 1994 tot 9 juni 1994 zowel met de schade als met de aansprakelijke persoon bekend is geworden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c371d4a22d35c2979247f483a8b61049bb9c076bd097f43f753935486099bec5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c371d4a22d35c2979247f483a8b61049bb9c076bd097f43f753935486099bec5, en de alinea staat in dat document op bytes 16497 tot 17369.