Citaat | Hoge Raad 1 april 2005
Alinea 47 Hoge Raad 1 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6006.
Bij de beoordeling van het onderdeel moet worden vooropgesteld dat het terecht niet het oordeel van het hof bestrijdt dat op de verjaring van de onderhavige rechtsvordering art. 3:310 lid 1 BW van toepassing is. Deze toepasselijkheid berust hierop dat, mede in verband met het ook in art. 83b lid 1 Zfw neergelegde civiele plafond, de uitoefening van het verhaalsrecht niet ertoe mag leiden dat de aansprakelijke persoon, zo hij door het ziekenfonds wordt aangesproken, in een slechtere positie komt te verkeren dan waarin hij zou hebben verkeerd indien hij door de getroffene zelf tot schadevergoeding zou zijn aangesproken, hetgeen geldt niet alleen voor de hoogte van de vordering, maar ook voor de lengte van de verjaringstermijn, die bij gebreke van toepasselijkheid van art. 3:310 lid 1 BW op grond van art. 3:306 BW twintig jaren zou belopen (vgl. HR 31 mei 2002, nr. C00/107, NJ 2004, 161).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c371d4a22d35c2979247f483a8b61049bb9c076bd097f43f753935486099bec5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c371d4a22d35c2979247f483a8b61049bb9c076bd097f43f753935486099bec5, en de alinea staat in dat document op bytes 17935 tot 18847.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c371d4a22d35c2979247f483a8b61049bb9c076bd097f43f753935486099bec5 | shasum -a 256