Citaat | Hoge Raad 12 april 2005

Alinea 40 Hoge Raad 12 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6095.

"Op 19 mei 1999 ben ik met [medeverdachte 3] naar de woning van [medeverdachte 2] ([...], begrijpt het hof) gereden. [Medeverdachte 3] en ik zijn uitgestapt en naar [medeverdachte 2] toegelopen. Ik vroeg wat er ging gebeuren en [medeverdachte 2] zei toen "We pakken een chauffeur". [Medeverdachte 2] vertelde dat er nog iemand zou komen. [Medeverdachte 2] heeft mij teruggereden naar mijn woning. Ik ben in mijn auto teruggereden naar [medeverdachte 2]. Toen ik terugkwam zat er nog iemand in de woning van [medeverdachte 2]. Ik heb later gehoord dat deze jongen [verdachte] heet. Ik zag dat [verdachte] ([...], begrijpt het hof) naar de keuken liep. Ik heb een geluid gehoord alsof een wapen werd doorgeladen. Ik zag [verdachte] in de keuken; hij maakte daar een beweging alsof hij een wapen doorlaadde. Even later kwam [verdachte] de kamer weer in. Hierna hebben we gesproken over hoe we alles zouden aanpakken. Er werd toen beslist om met twee auto's te gaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07fe783294f70e4f3a6f33d7f1f0a8491d36bd4fce8e5096127a1b6b42884d74. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07fe783294f70e4f3a6f33d7f1f0a8491d36bd4fce8e5096127a1b6b42884d74, en de alinea staat in dat document op bytes 13139 tot 14115.