Citaat | Hoge Raad 18 februari 2005

Alinea 17 Hoge Raad 18 februari 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6581.

3.5. Uit 's Hofs uitspraak of de stukken van het geding blijkt niet dat bijzondere omstandigheden als zojuist bedoeld door het Hof zijn vastgesteld of door een der partijen zijn aangevoerd. Gelet op het vorenoverwogene en in aanmerking genomen dat aan belanghebbende ter zake van het niet tijdig doen van aangifte voor de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering 1999 en de vermogensbelasting 2000 verzuimboetes zijn opgelegd van respectievelijk ƒ 250 en ƒ 150, had het Hof niet de onderhavige boetebeschikking op grond van de omstandigheid dat het om één gedraging van (de gemachtigde van) belanghebbende ging, mogen vernietigen. Het Hof had de boete met laatstgenoemde bedragen moeten verminderen, zodat de drie boetes samen uitkwamen op het hiervoor in 3.4 bedoelde totaalbedrag. In zoverre slaagt het middel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78a3f062b8e5507ec329699abb3f9f90aa6d934727ec0171c9a149f0f926305b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78a3f062b8e5507ec329699abb3f9f90aa6d934727ec0171c9a149f0f926305b, en de alinea staat in dat document op bytes 9424 tot 10253.