Citaat | Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 53 Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.
3.3.3 Een huiszoeking of doorzoeking bij een journalist ter inbeslagneming van materiaal waardoor inbreuk zou kunnen worden gemaakt op het recht van vrije nieuwsgaring vormt uit haar aard een ingrijpende maatregel, ingrijpender dan bijvoorbeeld een bevel tot uitlevering van de desbetreffende gegevens, mede omdat daardoor toegang kan worden verkregen tot andere, mogelijk door art. 10 EVRM beschermde, gegevens waarover de journalist de beschikking heeft. Zodanige maatregel vormt, ook indien inbeslagneming niet is gevolgd, een ongeoorloofde inbreuk op de door art. 10 EVRM beschermde rechten, tenzij deze is gerechtvaardigd door "an overriding requirement in the public interest" (zie onder meer de in 3.3.2 vermelde uitspraak van het EHRM in de zaak Goodwin, § 39). Dit brengt mee dat, wanneer de Staat wordt aangesproken uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op art. 10 EVRM, het in zodanig geval in beginsel aan de Staat is - die ook bij uitstek in de gelegenheid is duidelijk te maken dat in het voorliggende geval niet met minder vergaande maatregelen kon worden volstaan - gemotiveerd te stellen en zo nodig te bewijzen dat deze inbreuk noodzakelijk is, welke stelplicht en bewijslast mede omvat dat de huiszoeking of doorzoeking in overeenstemming met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 14845 tot 16191.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661 | shasum -a 256