Citaat | Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 56 Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.
Wat er zij van het antwoord op de vraag of aan Ostade Blade en [eiser 3] ter zake van de claimbrief een journalistiek verschoningsrecht toekomt, de door de Staat aangevoerde omstandigheden wettigen niet reeds op voorhand de gevolgtrekking dat de - in cassatie tot uitgangspunt te nemen - inbreuk die de huiszoeking op de door het eerste lid van art. 10 EVRM gewaarborgde rechten van Ostade Blade en [eiser 3] maakt, noodzakelijk was en dat daarbij de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit zijn in acht genomen. Dat hangt samen met het ingrijpende karakter van een huiszoeking als de onderhavige waardoor ook toegang wordt verkregen tot andere, mogelijk door art. 10 EVRM beschermde, gegevens. Het verweer kan daarom, ook indien het zou opgaan, niet reeds tot verwerping van het beroep leiden, waar het middel niet uitsluitend berust op de opvatting dat aan Ostade Blade en [eiser 3] een journalistiek verschoningsrecht ter zake van de claimbrief toekomt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 17450 tot 18430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661 | shasum -a 256