Citaat | Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 59 Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.

3.6.2 Dit onderdeel behelst onder meer de rechtsklacht dat het hof heeft miskend dat in een geval als het onderhavige de in art. 10 lid 2 EVRM bedoelde noodzakelijkheid van de inbreuk is beperkt tot het voorkomen van strafbare feiten en niet enkel betrekking mag hebben op het opsporen van strafbare feiten. Deze klacht faalt. Het hof heeft in rov. 10.4 - in cassatie niet bestreden - vastgesteld dat de onderhavige inbreuk een legitiem doel diende, te weten de bescherming van de openbare veiligheid en het voorkomen van strafbare feiten. Het hof heeft voorts geoordeeld dat in de desbetreffende claimbrief de verantwoordelijkheid werd opgeëist voor een zeer ernstig delict: een kort daarvoor gepleegde bomaanslag, de derde in een reeks van bomaanslagen (rov. 10.6). Tegen die achtergrond en in aanmerking genomen dat de opsporing van reeds gepleegde strafbare feiten kan dienen tot het voorkomen van andere misdrijven en dat de grens tussen beide vloeiend is, getuigt het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de belangen die in het verband van de bij de in art. 10 lid 2 EVRM vereiste afweging in het onderhavige geval in aanmerking komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 19534 tot 20718.