Citaat | Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 72 Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.
3.10 Onderdeel 5 richt zich tegen rov. 10.9, waarin het hof heeft geoordeeld dat, voorzover sprake is van inmenging in de persoonlijke levenssfeer, deze inmenging geoorloofd was op grond van art. 8 lid 2 EVRM. Het betoogt dat bij het slagen van de in de voorafgaande onderdelen voorgedragen klachten ook deze overweging niet in stand kan blijven. Het hof heeft immers, aldus het onderdeel, dit oordeel gegrond op dezelfde overwegingen die aanleiding gaven voor zijn oordeel dat geen ongeoorloofde inbreuk op het recht van vrijheid van meningsuiting heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 30491 tot 31074.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661 | shasum -a 256