Citaat | Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 75 Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.

3.11.2 De desbetreffende overwegingen van het hof komen op het volgende neer. Indien Ostade Blade meent dat haar ten aanzien van de claimbrief een journalistiek verschoningsrecht toekomt, dient zij daarop een beroep te doen. Zodanig verschoningsrecht houdt niet in dat Ostade Blade de bevoegdheid heeft de onderhavige claimbrief te vernietigen en deze aldus definitief aan het bereik van justitie te onttrekken, nog voordat de rechter heeft beslist of de claimbrief onder het verschoningsrecht viel. In het onderhavige geval heeft Ostade Blade dat rechterlijk oordeel niet afgewacht en de claimbrief op voorhand vernietigd, in plaats van de beschikking over de claimbrief te behouden en zich te dien aanzien tegenover de rechter-commissaris te beroepen op haar journalistieke verschoningsrecht. Dan zou de zaak zich hebben toegespitst op de vraag of het beroep op het verschoningsrecht terecht werd gedaan. Het is aannemelijk dat, zou Ostade Blade hebben gehandeld zoals zij had moeten doen, de huiszoeking en inbeslagneming niet, dan wel op wezenlijk andere en minder belastende wijze, zouden hebben plaatsgevonden. Daarom hebben Ostade Blade en [eiser 3] het in overwegende mate aan zichzelf te wijten dat de huiszoeking en de inbeslagneming hebben plaatsgevonden op de wijze waarop een en ander is geschied, zodat van onevenredige schade geen sprake is geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 32547 tot 33924.