Citaat | Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 77 Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.
3.11.4 De tweede klacht betoogt dat het hof in rov. 11.3 ten onrechte, althans onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat de inbreuk op het verschoningsrecht in een democratische samenleving noodzakelijk was. De klacht kan niet tot cassatie leiden, omdat zij feitelijke grondslag mist. In de onderhavige overwegingen heeft het hof niet geoordeeld dat de huiszoeking en inbeslagneming gerechtvaardigd waren in de zin van art. 10 lid 2 EVRM wegens het bewust vernietigen van de claimbrief, doch alleen beoordeeld of de bedoelde omstandigheid kan worden aangemerkt als een die aan Ostade Blade kan worden toegerekend en meebrengt dat van onevenredige schade geen sprake is. De enkele, ten overvloede gegeven, verwijzing naar wat de rechter achteraf zou hebben geoordeeld indien de zaak zich wel zou hebben toegespitst op het beroep op het verschoningsrecht, is daarbij niet relevant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 34339 tot 35225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661 | shasum -a 256