Citaat | Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 78 Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS6926.

3.11.5 De derde klacht gaat uit van de veronderstelling dat het hof heeft geoordeeld dat het niet de journalist is die in eerste instantie beslist of de claimbrief onder het journalistieke verschoningsrecht valt. Die veronderstelling is niet juist. Het hof is ervan uitgegaan dat het Ostade Blade is die beslist of zij een beroep doet op het verschoningsrecht, waarna het aan de rechter is te oordelen of op grond van art. 10 lid 2 EVRM de inbreuk op de daardoor gewaarborgde vrijheden gerechtvaardigd is. De klacht mist feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ed73f19f3b52b65208e6ebcb39ab49475f4fb59ea08d2ee9bf2576e5039a661, en de alinea staat in dat document op bytes 35245 tot 35800.