Citaat | Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 29 Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7542.
Het proces-verbaal houdt niet in dat de ter terechtzitting aanwezige verdachte op enig moment voor de sluiting van het onderzoek in de gelegenheid is gesteld zijn standpunt toe te lichten, zodat moet worden aangenomen dat dit niet is geschied. Zulks is in strijd met art. 283, zesde lid, Sv, welke bepaling in een geval als het onderhavige - waarbij de vraag aan de orde is of de rechter in hoger beroep kan toekomen aan een beoordeling van de zaak zelf - van overeenkomstige toepassing is. Dat verzuim brengt nietigheid van het onderzoek en van het naar aanleiding daarvan gewezen arrest mee.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c96faf64ccc99c08725b83598bc66748c6ccc3ba323e970874fffe03a5771515. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c96faf64ccc99c08725b83598bc66748c6ccc3ba323e970874fffe03a5771515, en de alinea staat in dat document op bytes 9349 tot 9955.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c96faf64ccc99c08725b83598bc66748c6ccc3ba323e970874fffe03a5771515 | shasum -a 256