Citaat | Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 26 Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7572.
Op donderdag 16 januari 2003, omstreeks 11.30 uur, surveilleerde ik samen met mijn collega Erwin Jansen, die eveneens nog niet is beëdigd als buitengewoon opsporingsambtenaar, in uniform met het door de dienst verstrekte dienstvoertuig over de rijbaan van de Schaapdijk te Arnhem. Aldaar zagen wij een vijftal op jagers gelijkende mannen. Wij zagen dat de mannen bezig waren om een net te plaatsen. Wij vroegen de mannen wat zij ter plaatse deden. De mannen verklaarden ons konijnen te vangen voor Rijkswaterstaat in verband met de schade aan de dijk. Ik vroeg aan de mannen of zij een vergunning hadden om deze handelingen te verrichten. Een van de mannen verklaarde mij dat hij bevoegd was en dat hij de vergunning kon tonen. Ik liep met de man mee naar de auto waar hij verschillende documenten toonde. Vervolgens gingen wij, Jansen en ik, verder met onze surveillance.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810, en de alinea staat in dat document op bytes 10464 tot 11350.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810 | shasum -a 256