Citaat | Hoge Raad 5 april 2005

Alinea 33 Hoge Raad 5 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7572.

3.3. De overwegingen van het Hof moeten aldus worden verstaan dat het onderhavige optreden van de niet tot opsporing bevoegde ambtenaren R.W.M. Frehe en E.P. Jansen een onherstelbaar vormverzuim in de zin van art. 359a Sv vormt en dat dit verzuim van dien aard is dat de resultaten van zowel het door hen als het nadien door de bevoegde opsporingsambtenaren J. Koning, P.F. Leenart en A. Leferink verrichte opsporingsonderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van het tenlastegelegde feit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810, en de alinea staat in dat document op bytes 14428 tot 14933.