Citaat | Hoge Raad 5 april 2005
Alinea 34 Hoge Raad 5 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS7572.
3.4. Vooropgesteld moet worden dat bewijsuitsluiting als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde kan komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden en dat zulks moet worden beoordeeld in het licht van de wettelijke beoordelingsfactoren van art. 359a, tweede lid, Sv en van de omstandigheden van het geval (vgl. HR 30 maart 2004, NJ 2004, 376, rov. 3.6.4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810, en de alinea staat in dat document op bytes 14953 tot 15502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abb4737820cefebafabf6b73d0af2b3a4acd9cc94020e136d60569b7ca038810 | shasum -a 256