Citaat | Hoge Raad 28 oktober 2005

Alinea 20 Hoge Raad 28 oktober 2005

Een alinea uit Hoge Raad 28 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8013.

3.1. Uitgaande van de vaststelling, dat belanghebbende eigenaresse is van een collectie van kunstwerken van de schilder A en dat zij deze overeenkomstig haar statutaire doelstelling permanent exposeert in het museum en daarbij een conservator in dienst heeft en gebruik maakt van vrijwilligers, heeft het Hof geoordeeld dat onder die omstandigheden niet gesproken kan worden van een organisatie van kapitaal en arbeid, die deelneemt aan het economische verkeer met het oogmerk om daarmee winst te behalen. Voorzover in dat verband van arbeid sprake is, staat deze, aldus het Hof, ten dienste aan het exposeren van de collectie kunstwerken en kan niet gezegd worden dat deze arbeid op zichzelf beschouwd los van die kunstwerken rendabel wordt gemaakt, waarbij naar maatschappelijke opvattingen een meerwaarde tot stand wordt gebracht. In zoverre kan van belanghebbende niet worden gezegd, dat zij een onderneming bezit als bedoeld in artikel 2, eerste lid, aanhef en letter d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: de Wet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0db73c1f3aceb130ff0a70eb7b3a2ba0a8d96a42a1142e4bf97dc02346d47b3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0db73c1f3aceb130ff0a70eb7b3a2ba0a8d96a42a1142e4bf97dc02346d47b3, en de alinea staat in dat document op bytes 7139 tot 8190.