Citaat | Hoge Raad 30 september 2005
Alinea 72 Hoge Raad 30 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8376.
Het gerecht in eerste aanleg heeft de gevraagde voorziening geweigerd. Beide partijen hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Deze beroepen zijn door het gemeenschappelijk hof gevoegd behandeld. In beide beroepen heeft het hof op 29 november 2002 een tussenuitspraak gedaan en op 7 november 2003 een eindvonnis uitgesproken, waarin het bestreden vonnis is bevestigd en de kosten zijn gecompenseerd. Kort samengevat overwoog het hof daartoe in zijn eindvonnis als volgt. Art. 2 van de overeenkomst is niet in strijd met art. 3 lid 1 LTV of met de artikelen 2, 3 en 5 van het Landsbesluit van 19 december 1995. Art. 4 van de overeenkomst daarentegen is mogelijk in strijd met de strekking van de LTV en in elk geval met art. 6 leden 1 en 2 van het Landsbesluit van 22 februari 1999, houdende concessieverlening aan ECC. Daarmee wordt immers beoogd de markt voor mobiele telecommunicatiediensten ook voor anderen toegankelijk te maken, waarmee het algemeen belang wordt gediend omdat daardoor de concurrentie wordt bevorderd ten behoeve van de consumenten. Art. 4 van de overeenkomst is dus naar inhoud en strekking in strijd met de openbare orde en derhalve nietig (rov. 2.6). De vraag of deze bepaling in onverbrekelijk verband staat met de rest van de overeenkomst, kan blijven rusten. Ook als dat zo zou zijn, kan ECC zich in de gegeven omstandigheden niet te goeder trouw op die nietigheid beroepen. Zolang geen sprake is van derden die de in art. 6 van de concessievoorwaarden bedoelde voorzieningen verzoeken, vergt het algemeen belang niet dat die nietigheid van de overeenkomst wordt geëffectueerd. Het gaat dan niet aan dat ECC zich met een beroep op de nietigheid aan verplichtingen onttrekt waartoe zij zich jegens CellOne heeft verbonden en die op zichzelf niet aan nietigheid lijden (rov. 2.7). Niettemin worden de gevraagde voorzieningen geweigerd. De belangen van de consumenten verzetten zich ertegen dat het aanbieden van prepaiddiensten door ECC thans nog wordt gestaakt (rov. 2.9). Voorts is ECC weliswaar schadeplichtig jegens CellOne, maar de omvang van die schade kan in dit kort geding onvoldoende worden vastgesteld (rov. 2.10). Ten slotte bestaat aanleiding de proceskosten te compenseren, evenals het gerecht heeft gedaan (rov. 2.11).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dab4afb578e1a1cd8e21d33d50cf1708401f7127d0e8c352be169765ccd115f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dab4afb578e1a1cd8e21d33d50cf1708401f7127d0e8c352be169765ccd115f, en de alinea staat in dat document op bytes 13066 tot 15346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dab4afb578e1a1cd8e21d33d50cf1708401f7127d0e8c352be169765ccd115f | shasum -a 256