Citaat | Hoge Raad 24 juni 2005
Alinea 68 Hoge Raad 24 juni 2005
Een alinea uit Hoge Raad 24 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8447.
3.7 Het onderdeel slaagt voorzover het de verdeling van de tot de nalatenschap van de (groot)moeder van de proces-partijen behorende objecten b - h aangaat. In diens appelgrieven I tot en met III heeft [eiser 1] aangevoerd dat de rechtbank openbare verkoop van de onroerende zaken had moeten gelasten teneinde een eerlijke en objectieve prijs te verkrijgen. Ook heeft het hof object d, waarvan de rechtbank bepaald had dat het onderhands zou worden verkocht, alsnog toegedeeld aan [verweerder 3]. De verdeling van genoemde onroerende zaken was derhalve in hoger beroep opnieuw aan de orde. Dit brengt mee dat het hof in beginsel als tijdstip van verdeling had moeten aanmerken de datum van zijn eindarrest (23 september 2003) en dat het hof die datum in beginsel ook als peildatum voor de waardering van de toe te delen zaken had moeten nemen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b52ddf5343dd2ded9050d7f2e4caa7848d2cbd33d0a0e03593d009c8a954590. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b52ddf5343dd2ded9050d7f2e4caa7848d2cbd33d0a0e03593d009c8a954590, en de alinea staat in dat document op bytes 18711 tot 19567.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9b52ddf5343dd2ded9050d7f2e4caa7848d2cbd33d0a0e03593d009c8a954590 | shasum -a 256