Citaat | Hoge Raad 19 april 2005

Alinea 18 Hoge Raad 19 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8464.

Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen. Daarbij heeft de Hoge Raad in aanmerking genomen dat in cassatie niet is geklaagd over de juistheid van het oordeel van het Hof dat - een beperkt gedeelte van - het bewezenverklaarde begaan in de nacht van 5 op 6 april 2002 ("het zich als volwassene aftrekken in het bijzijn van een minderjarige, temeer nu zulks plaatsvond terwijl de verdachte in het bijzijn van die minderjarige een pornofilm bekeek") als een ontuchtige handeling moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3ad4d744ba1b690e8704a987fe561777b2c9fbf7a33bb0a36673f84b9c935947. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3ad4d744ba1b690e8704a987fe561777b2c9fbf7a33bb0a36673f84b9c935947, en de alinea staat in dat document op bytes 7330 tot 8011.