Citaat | Hoge Raad 12 april 2005

Alinea 22 Hoge Raad 12 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8469.

Gelet op deze gang van zaken is niet aannemelijk geworden dat het handelen van de verdachte was geboden ter noodzakelijke verdediging van zijn eigen lijf tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding door het slachtoffer in de onderhavige zaak. De verdachte had, met name tussen het moment waarop de keukendeur in zijn gezicht was geslagen, waardoor hij zich in een andere ruimte bevond dan het latere slachtoffer, en het moment waarop hij gewapend de bijkeuken weer betrad, ruimschoots de mogelijkheid om zich aan de confrontaties te onttrekken, bijvoorbeeld door weg te lopen en (bijvoorbeeld door een raam) het pand te verlaten of door hulp (bijvoorbeeld van de politie) in te roepen, maar de verdachte heeft bewust gewapend de confrontatie met het slachtoffer [slachtoffer] opgezocht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faad380fcab88b97fae89e59c96fd6df70489c7d545002d2a83e95e14495fd0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faad380fcab88b97fae89e59c96fd6df70489c7d545002d2a83e95e14495fd0b, en de alinea staat in dat document op bytes 9056 tot 9865.