Citaat | Hoge Raad 12 april 2005

Alinea 25 Hoge Raad 12 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8469.

3.3 In die overwegingen, gelezen in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen, ligt als het niet onbegrijpelijke oordeel van het Hof besloten dat niet aannemelijk is geworden dat het bewezenverklaarde handelen van de verdachte een onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige gemoedsbeweging ontstaan doordat het slachtoffer [slachtoffer] de verdachte in zijn gezicht heeft geslagen met een keukendeur, omdat de verdachte na die klap, waardoor de keukendeur was dichtgeslagen en verdachte en [slachtoffer] zich in verschillende ruimtes bevonden, is weggerend om een geladen wapen uit een kelderkast te pakken en vervolgens terug is gerend naar de keuken, de bijkeuken is binnengegaan en vervolgens [slachtoffer] heeft neergeschoten. Het middel berust dus op een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak zodat het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie kan leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faad380fcab88b97fae89e59c96fd6df70489c7d545002d2a83e95e14495fd0b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faad380fcab88b97fae89e59c96fd6df70489c7d545002d2a83e95e14495fd0b, en de alinea staat in dat document op bytes 10394 tot 11288.