Citaat | Hoge Raad 24 mei 2005

Alinea 29 Hoge Raad 24 mei 2005

Een alinea uit Hoge Raad 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8855.

3.3. Gelet op de uitdrukkelijke wens van de verdachte om bij de openbare behandeling van haar zaak in persoon aanwezig te zijn en de door de raadsman ter terechtzitting overgelegde brief van de arts waarin deze verklaart dat de verdachte bij hem onder behandeling is en dat zij thans niet - maar op een in de nabije toekomst gelegen tijdstip naar verwachting wél - in staat is ter terechtzitting te verschijnen, is 's Hofs oordeel dat het verzoek om aanhouding onvoldoende is gemotiveerd onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af dat de verdachte in hoger beroep door een daartoe uitdrukkelijk gemachtigde raadsman werd verdedigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a602d7cda1d01300a0aa0d69303b639b1c9ca26c7155b683eb00015df8ef693. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a602d7cda1d01300a0aa0d69303b639b1c9ca26c7155b683eb00015df8ef693, en de alinea staat in dat document op bytes 9452 tot 10092.