Citaat | Hoge Raad 12 april 2005
Alinea 20 Hoge Raad 12 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8860.
3.3. Uit het proces-verbaal van de zitting van het Hof blijkt niet dat het verhoor van de opgeëiste persoon in het openbaar heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat zulks niet is geschied, terwijl evenmin blijkt dat een van de in voormelde bepaling genoemde uitzonderingen zich heeft voorgedaan. In cassatie moet dus worden aangenomen dat het voorschrift van art. 14, eerste lid, NAUB, niet is nageleefd. Dat roept de vraag op welk gevolg aan dat verzuim moet worden verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc9d6fef230d144a3f07e109b6ffa1a0180b526c29fa7acfcbb5beee8e21bc92. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc9d6fef230d144a3f07e109b6ffa1a0180b526c29fa7acfcbb5beee8e21bc92, en de alinea staat in dat document op bytes 7750 tot 8264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc9d6fef230d144a3f07e109b6ffa1a0180b526c29fa7acfcbb5beee8e21bc92 | shasum -a 256