Citaat | Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 59 Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS8913.
3.2 De Verzekeringskamer voert in de eerste plaats aan dat aan de mogelijkheid van uitvoerbaarverklaring bij voorraad van tussenuitspraken geen behoefte bestaat, zeker niet meer onder het huidige procesrecht, waarin tussentijds beroep slechts mogelijk is indien de rechter dat uitdrukkelijk heeft opengesteld, omdat in een beslissing van een hof tot het openstellen van tussentijds cassatieberoep, zoals hier geschied is, het oordeel besloten ligt dat het ongewenst is dat in de lopende instantie verder wordt geprocedeerd alvorens door de hogere rechter omtrent de tussenuitspraak is beslist. Neemt men het bestaan van de mogelijkheid niettemin aan, dan past daarbij in elk geval grote terughoudendheid, gelet op de bezwaren van uitvoering van een tussenuitspraak hangende een rechtsmiddel: het mogelijk omvangrijke en kostbare werk dat nodeloos blijkt te zijn verricht als het rechtsmiddel slaagt, alsmede de mogelijke complicaties die het gelijktijdig procederen in twee instanties meebrengt. De Verzekeringskamer betoogt dat het niet voor de hand ligt om de vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een tussenbeslissing te beoordelen aan de hand van de maatstaven die de Hoge Raad heeft aangelegd voor de beoordeling van een vordering tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van een einduitspraak, en bepleit die uitvoerbaarheid te beperken tot zeer specifieke gevallen waarin daarvoor een noodzaak bestaat. Wat de door de Stichting ingeroepen belangen betreft, voert de Verzekeringskamer aan dat de te bereiken tijdwinst tot hooguit omstreeks een jaar beperkt blijft. Daarbij staat de representativiteit van de elf polishouders (ook) naar het oordeel van het hof nog niet vast, zodat de door de Stichting gewenste duidelijkheid nog geruime tijd op zich kan laten wachten, ook indien thans bij het hof wordt voortgeprocedeerd. Daar staat tegenover dat de omvang van het werk dat bij een vernietiging van het arrest van het hof nodeloos verricht is, niet gering zal zijn, nu het een buitengewoon omvangrijk dossier betreft waarin ook de schadevaststelling de nodige complexe vragen oproept, waarvoor naar het oordeel van het hof mogelijk een deskundigenbericht zal moeten worden ingewonnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11caa6c068aa1a81bcad4f213b65a76e542aba78b292114cfa0a4711c3c73196. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11caa6c068aa1a81bcad4f213b65a76e542aba78b292114cfa0a4711c3c73196, en de alinea staat in dat document op bytes 20285 tot 22502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11caa6c068aa1a81bcad4f213b65a76e542aba78b292114cfa0a4711c3c73196 | shasum -a 256