Citaat | Hoge Raad 11 oktober 2005
Alinea 38 Hoge Raad 11 oktober 2005
Een alinea uit Hoge Raad 11 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9224.
3.7.2. Opmerking verdient vooreerst dat het Hof met juistheid heeft aangenomen dat het die vraag had te beoordelen ongeacht het feit dat de verdachte niet de daartoe openstaande, met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft benut. Die enkele omstandigheid heeft immers niet tot gevolg dat de strafrechter, die geroepen is te oordelen over een tegen de verdachte gerezen verdenking van overtreding van een jegens hem uitgevaardigd verbod als het onderhavige, zich geen eigen oordeel behoort te vormen omtrent de verbindendheid van de aan dat verbod ten grondslag liggende regeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccfd492368c3d25828d8b3d27ab3c657a112d29d3bba4d4ffef54d15b9f482e9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccfd492368c3d25828d8b3d27ab3c657a112d29d3bba4d4ffef54d15b9f482e9, en de alinea staat in dat document op bytes 17385 tot 18003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccfd492368c3d25828d8b3d27ab3c657a112d29d3bba4d4ffef54d15b9f482e9 | shasum -a 256