Citaat | Hoge Raad 19 april 2005
Alinea 27 Hoge Raad 19 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9225.
4.5. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft de wetgever, buiten het zich hier niet voordoende geval van art. 51a, tweede lid, Sv niet de mogelijkheid willen openen dat in geval van overlijden van het slachtoffer de erfgenamen zich op de voet van art. 51a, eerste lid, Sv in het strafproces voegen ter zake van door het slachtoffer geleden schade. Die schade is dus door de wetgever voor wat die erfgenamen betreft niet als rechtstreekse schade in de zin van die bepaling beschouwd. De stukken van het geding houden in dat de moeder van de benadeelde partij op 8 februari 2001 is overleden. De opgave als bedoeld in art. 51b Sv is gedateerd 31 mei 2002.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef3aaf9577bdf9ab6737c530e81b24e7adedabb84ae2eacf4db587370155ec5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef3aaf9577bdf9ab6737c530e81b24e7adedabb84ae2eacf4db587370155ec5f, en de alinea staat in dat document op bytes 9429 tot 10090.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef3aaf9577bdf9ab6737c530e81b24e7adedabb84ae2eacf4db587370155ec5f | shasum -a 256