Citaat | Hoge Raad 11 maart 2005
Alinea 27 Hoge Raad 11 maart 2005
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9444.
De rechtbank heeft bij vonnis van 13 oktober 1999 [eisers] in hun primaire en subsidiaire vorderingen (deze laatste voor zover niet betreffende de vordering tot verklaring voor recht dat de redelijke termijn van art. 6 lid 1 EVRM is geschonden) niet-ontvankelijk verklaard en de vordering tot afgifte van een verklaring voor recht inhoudende dat sprake is van schending van art. 6 lid 1 EVRM (overschrijding redelijke termijn), alsmede de daaraan verbonden schadevordering afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fe7e95dbd7f30767f50ba847fbc05ff0270314bf8633e93a5a8f42a4119e6f53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fe7e95dbd7f30767f50ba847fbc05ff0270314bf8633e93a5a8f42a4119e6f53, en de alinea staat in dat document op bytes 6846 tot 7342.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fe7e95dbd7f30767f50ba847fbc05ff0270314bf8633e93a5a8f42a4119e6f53 | shasum -a 256