Citaat | Hoge Raad 8 april 2005
Alinea 19 Hoge Raad 8 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9448.
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 20 november 2001 de rechtsvoorgangster van verweerster in cassatie - verder te noemen: HPM onderscheidenlijk Van Gansewinkel - gedagvaard voor de kantonrechter te Meppel en gevorderd HPM bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling aan [eiser] van (a) het achterstallig loon c.a. over de periode van 1 april 2000 tot 1 januari 2001 van ƒ 2.542,-- bruto, (b) de wettelijke verhoging van 50% over het onder (a) gevorderde loon, (c) de wettelijke rente over de sub (a) en (b) gevorderde bedragen vanaf de dag dat HPM in gebreke is te betalen tot aan de dag der algehele voldoening, en (d) de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van ƒ 571,95 netto.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fef0fc2dac79edbed2fbcdb52b117cbbe61f17caad10f9c3d2c7385952d30195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fef0fc2dac79edbed2fbcdb52b117cbbe61f17caad10f9c3d2c7385952d30195, en de alinea staat in dat document op bytes 5841 tot 6623.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fef0fc2dac79edbed2fbcdb52b117cbbe61f17caad10f9c3d2c7385952d30195 | shasum -a 256