Citaat | Hoge Raad 8 april 2005

Alinea 41 Hoge Raad 8 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS9448.

3.2 Aan zijn onder 1 vermelde vordering heeft [eiser] ten grondslag gelegd dat hij per 1 april 2000 ten onrechte is ingedeeld in trede 4 in plaats van trede 5 van schaal D. De kantonrechter heeft de vordering niet toewijsbaar geoordeeld. Het hof heeft dat vonnis bekrachtigd. Het heeft daartoe allereerst overwogen dat in de plaatsing van art. 19 van de CAO, in het hoofdstuk dat vrijwel uitsluitend gaat over het salaris waarop een werknemer in verband met zijn functie en ervaring recht heeft, besloten ligt dat het doel van een correctie van een verkeerde inschaling is het salaris te bepalen waarop bij een juiste inschaling aanspraak bestaat en dat een zodanige correctie zich daarom niet beperkt tot het vaststellen van de juiste functieschaal, maar mede het bepalen van de juiste trede in die schaal omvat (rov. 5 en 6). Het hof heeft aan dat oordeel de gevolgtrekking verbonden dat de correctie van een verkeerde inschaling dient te geschieden met toepassing van de art. 17 en 18 van de CAO - waarin is bepaald naar welke maatstaven inschaling bij indiensttreding en toekenning van tredeverhogingen plaatsvinden - en dat art. 19, onderdeel B onder a, in een dergelijk geval toepassing mist, aangezien van een verandering van werkzaamheden geen sprake is; ook voor analoge toepassing zag het hof, mede gelet op het dwingende karakter van de CAO, geen grond (rov. 7). Het oordeelde echter dat art. 19, onderdeel B onder b, wel van toepassing is, ook bij een correctie op een doorgevoerde correctie, zoals hier aan de orde, zodat de aanspraak op (ook) een zodanige correctie - behoudens in een door het hof genoemd bijzonder geval dat zich hier evenwel niet voordoet - eerst ingaat op het tijdstip van de schriftelijke melding van de werknemer en aldus is beperkt tot de tijd waarin de werkgever en de werknemer over en weer met de mogelijkheid van het bestaan van die aanspraak rekening hebben kunnen houden. Een melding als bedoeld in art. 19, onderdeel B onder b, van de CAO, is door [eiser] eerst gedaan bij brief van 17 april 2001, op een moment dat hij reeds een salaris ontving, berekend naar schaal D, trede 5 (rov. 8 en 9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fef0fc2dac79edbed2fbcdb52b117cbbe61f17caad10f9c3d2c7385952d30195. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fef0fc2dac79edbed2fbcdb52b117cbbe61f17caad10f9c3d2c7385952d30195, en de alinea staat in dat document op bytes 9930 tot 12080.