Citaat | Hoge Raad 10 mei 2005

Alinea 35 Hoge Raad 10 mei 2005

Een alinea uit Hoge Raad 10 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT1802.

Het Hof heeft geoordeeld dat de door de verdachte jegens [slachtoffer 2] gedane uitlatingen onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat bij [slachtoffer 2] de redelijke vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste opvatting omtrent de in art. 285 Sr voorkomende term "bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht", die in de tenlastelegging kennelijk in overeenkomstige zin is gebezigd. Dat oordeel is, mede gelet op de kort daarvoor door de verdachte jegens [slachtoffer 1], een collega van [slachtoffer 2], geuite bedreiging tegen diens leven gericht, waarvan het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat [slachtoffer 2] daarvan kennis droeg, niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/077056927525d24bc5e93e28b7cffdcadde9dc2545e9304a60529bd0becfe929. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 077056927525d24bc5e93e28b7cffdcadde9dc2545e9304a60529bd0becfe929, en de alinea staat in dat document op bytes 10377 tot 11145.