Citaat | Hoge Raad 23 september 2005

Alinea 44 Hoge Raad 23 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 23 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2620.

3.7 Met betrekking tot het beroep op conversie heeft het hof overwogen (in rov. 16) dat de tussen partijen gesloten overeenkomsten niet de door [eiseres] gestelde onderlinge samenhang vertonen en dat het hof mede in dat licht niet aannemelijk acht dat partijen, waren zij zich van de vernietigbaarheid van de huurovereenkomst bewust geweest, een andere, vervangende handeling hadden verricht. Voor zover het tegen deze rechtsoverweging gerichte onderdeel 6 klaagt dat het hof aldus heeft miskend dat het beroep op conversie is gedaan ook los van de meerbedoelde samenhang, kan het bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden, aangezien het hof dat, blijkens de gehanteerde maatstaf en het gebruik van de woorden '[m]ede in dat licht' niet heeft miskend. Voor zover het onderdeel voortbouwt op onderdeel 1.2 is het gegrond: indien na verwijzing het hof tot het oordeel mocht komen dat de hiervoor in 3.2.1 bedoelde samenhang aanwezig is, zal het immers het beroep op conversie alsnog in dat licht moeten beoordelen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b32ddb8ea8aba3dc23e5b35eb3444637c67b2c5c6e0894f91d02b078f72bd1e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b32ddb8ea8aba3dc23e5b35eb3444637c67b2c5c6e0894f91d02b078f72bd1e, en de alinea staat in dat document op bytes 18756 tot 19800.