Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2005
Alinea 39 Hoge Raad 4 oktober 2005
Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2968.
Voor de stuiting is, behalve de daad van vervolging (in dit geval dus de vordering gerechtelijk vooronderzoek), op grond van artikel 72 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht tevens vereist de werkelijke of wettelijk veronderstelde bekendheid daarvan bij de verdachte. Daarom is het noodzakelijk, dat de vordering gerechtelijk vooronderzoek is gericht tegen een bepaalde, levende persoon. Een onderzoek, dat niet is gericht tegen zo'n bepaalde (verdachte) persoon kan geen stuiting teweeg brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc77bcb0cb3773c25d7124cb5c45893161bb41ff8b03e608fcea72effa742b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc77bcb0cb3773c25d7124cb5c45893161bb41ff8b03e608fcea72effa742b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 14673 tot 15181.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc77bcb0cb3773c25d7124cb5c45893161bb41ff8b03e608fcea72effa742b5b | shasum -a 256