Citaat | Hoge Raad 4 oktober 2005

Alinea 58 Hoge Raad 4 oktober 2005

Een alinea uit Hoge Raad 4 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2968.

4.2.3. Het instellen van een vordering tot het openen van een gerechtelijk vooronderzoek is een daad van vervolging in de zin van art. 72, eerste lid, Sr. Of deze daad van vervolging de verjaring van het recht tot strafvordering stuit, is afhankelijk van het antwoord op de vraag of aan de overige vereisten genoemd in art. 72, eerste lid, Sr is voldaan. Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat indien en zodra aan deze vereisten is voldaan, de stuiting met terugwerkende kracht rechtsgevolg heeft (vgl. HR 1 december 1998, NJ 1999, 179).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc77bcb0cb3773c25d7124cb5c45893161bb41ff8b03e608fcea72effa742b5b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc77bcb0cb3773c25d7124cb5c45893161bb41ff8b03e608fcea72effa742b5b, en de alinea staat in dat document op bytes 20227 tot 20788.