Citaat | Hoge Raad 8 juli 2005

Alinea 19 Hoge Raad 8 juli 2005

Een alinea uit Hoge Raad 8 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3192.

Voor het verloop van het geding tot dusver tussen eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - en verweerder verder te noemen: [verweerder] - verwijst de Hoge Raad naar zijn tussenarrest van 2 april 2004, LJN AO1936. Bij dat tussenarrest heeft de Hoge Raad [betrokkene 1] - in dat arrest ten onrechte aangeduid als "[betrokkene 1]" en hierna verder te noemen: [betrokkene 1] -, die bij exploot van 17 april 2003 op de voet van art. 225 en 227 in verbinding met art. 418a Rv. aan [verweerder] had aangezegd dat [eiser] op 16 januari 2003 was overleden en dat zij "als weduwe en erfgenaam" van [eiser] de procedure in cassatie wenste te hervatten, in de gelegenheid gesteld door middel van (gelegaliseerde) bescheiden, zoals een verklaring van erfrecht, aan te tonen dat zij naar Egyptisch recht kan worden aangemerkt als de enig erfgenaam van [eiser], en de zaak daartoe verwezen naar de rol van 25 juni 2004.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9733f25d236a18c2239d1215a18ca7bb7ef17132b8c5c73021b45667001e0a9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9733f25d236a18c2239d1215a18ca7bb7ef17132b8c5c73021b45667001e0a9b, en de alinea staat in dat document op bytes 5935 tot 6860.