Citaat | Hoge Raad 2 september 2005
Alinea 50 Hoge Raad 2 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4537.
4.3 Onderdeel 6 richt zich tegen het oordeel van het hof dat het inmiddels met ingang van 1 september 2002 in werking getreden art. 1:141 lid 3 BW van toepassing is en dat, anders dan waarvan eerder impliciet was uitgegaan, krachtens deze bepaling het de man is op wie de bewijslast rust. Het onderdeel faalt omdat het oordeel van het hof juist is. Het te dezen toepasselijke overgangsrecht brengt mee dat deze bepaling onmiddellijke werking heeft, voor zover niet in de huwelijkse voorwaarden een afwijkende regeling is opgenomen. Dit laatste is naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het hof hier niet het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1484eb82892f2e961d8cbd3a31863e0f78f65cf78113d235b8304a0fa5993e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1484eb82892f2e961d8cbd3a31863e0f78f65cf78113d235b8304a0fa5993e, en de alinea staat in dat document op bytes 17620 tot 18264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a1484eb82892f2e961d8cbd3a31863e0f78f65cf78113d235b8304a0fa5993e | shasum -a 256