Citaat | Hoge Raad 2 september 2005

Alinea 54 Hoge Raad 2 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 2 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4537.

5.2 Onderdeel 2 klaagt dat het hof de vrouw niet de (wettelijke) vertragingsrente over het haar toekomende bedrag heeft toegekend met ingang van de peildatum voor de verrekening dan wel de datum van ontbinding van het huwelijk dan wel de datum waarop de vrouw de verrekeningsvordering in rechte aanhangig heeft gemaakt. Deze klacht stuit reeds af op hetgeen het hof, in cassatie onbestreden, heeft overwogen in rov. 12.50 - 12.52 van zijn eindarrest. Deze overwegingen komen, samengevat weergegeven, hierop neer dat de vrouw bij conclusie na verwijzing wettelijke rente heeft gevorderd, maar dat art. 424 Rv. meebrengt dat na verwijzing geen vermeerdering van eis mogelijk is, zij het dat deze bepaling niet in de weg staat aan toewijzing van wettelijke rente vanaf het tijdstip waarop deze is gevorderd. Voor zover het onderdeel nog aanvoert dat de vrouw reeds vóór verwijzing, bij memorie van grieven in de procedure bij het hof te Arnhem, wettelijke rente heeft gevorderd, ziet het eraan voorbij dat deze vordering geen betrekking had op hetgeen de vrouw op grond van het verrekenbeding vorderde, maar op haar, niet toegewezen, vordering tot betaling van ƒ 500.000,--, die strekte tot vergoeding voor haar werkzaamheden in het bedrijf van de man en in de huishouding (rov. 12.61 - 12.63 van het eindarrest).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a1484eb82892f2e961d8cbd3a31863e0f78f65cf78113d235b8304a0fa5993e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a1484eb82892f2e961d8cbd3a31863e0f78f65cf78113d235b8304a0fa5993e, en de alinea staat in dat document op bytes 20292 tot 21618.