Citaat | Hoge Raad 29 april 2005
Alinea 36 Hoge Raad 29 april 2005
Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4892.
3.7. Onder 5.14 heeft het Hof niet aannemelijk geoordeeld dat het aanvraagformulier vóór of op 15 oktober 1990 bij D is ingekomen. Dit oordeel berust op de aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen en is niet onbegrijpelijk. Voorzover de klachten zich daartegen richten, falen zij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/461f4f8a30830338c1795fdecb568e110a7d6c9406b0d733a045470f67a63d09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 461f4f8a30830338c1795fdecb568e110a7d6c9406b0d733a045470f67a63d09, en de alinea staat in dat document op bytes 14628 tot 14940.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/461f4f8a30830338c1795fdecb568e110a7d6c9406b0d733a045470f67a63d09 | shasum -a 256