Citaat | Hoge Raad 29 april 2005

Alinea 39 Hoge Raad 29 april 2005

Een alinea uit Hoge Raad 29 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT4892.

3.8.2. Voor het eerst in cassatie heeft belanghebbende gesteld dat D bij hem de schijn heeft gewekt dat die tussenpersoon bevoegd was D te vertegenwoordigen. Die stelling vergt een onderzoek van feitelijke aard, waarvoor de cassatieprocedure geen mogelijkheid biedt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/461f4f8a30830338c1795fdecb568e110a7d6c9406b0d733a045470f67a63d09. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 461f4f8a30830338c1795fdecb568e110a7d6c9406b0d733a045470f67a63d09, en de alinea staat in dat document op bytes 15946 tot 16225.