Citaat | Hoge Raad 30 september 2005

Alinea 45 Hoge Raad 30 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 30 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5155.

Zo het hof zou zijn uitgegaan van de opvatting dat de enkele omstandigheid dat een derde die niet partij is bij de pachtovereenkomst, bekend was met een voor de pachter uit art. 25 Pachtwet voortvloeiende verplichting, meebrengt dat eenzelfde verplichting ook op deze derde rust, met als gevolg dat hij, ingeval de pachter deze verplichting niet nakomt, jegens de verpachter onrechtmatig handelt, heeft het hof miskend dat voor een bevestigende beantwoording van de vraag of een derde uit onrechtmatige daad aansprakelijk is ingeval een contractant jegens zijn wederpartij toerekenbaar tekortschiet in de nakoming van een contractuele verbintenis, de enkele omstandigheid dat het bestaan van die verbintenis bij die derde bekend was, onvoldoende is. Bij de verdere beoordeling dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking te worden genomen (vgl. HR 17 mei 1985, nr. 6663, NJ 1986, 760). Opmerking verdient hierbij nog dat zich hier niet het geval voordoet waarin een derde de wanprestatie van de contractspartij heeft uitgelokt of daarbij op andere wijze actief betrokken was. Er is geen sprake geweest van een overeenkomst tussen de moeder en de zoon, krachtens welke de zoon het later door de moeder aan de dochter geleverde melkquotum aan de moeder heeft overgedragen; het melkquotum is immers door de moeder krachtens erfopvolging verkregen en heeft nimmer aan de zoon toebehoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba80e6904d5550d566f41580c698aa65c4681f4fb28510f9ed71568287b63302. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba80e6904d5550d566f41580c698aa65c4681f4fb28510f9ed71568287b63302, en de alinea staat in dat document op bytes 13019 tot 14426.