Citaat | Hoge Raad 13 september 2005

Alinea 26 Hoge Raad 13 september 2005

Een alinea uit Hoge Raad 13 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5721.

Ik zag dat de twee eerder genoemde mannen in mijn richting renden. Ik werd weer door de man met het mes vastgegrepen. Ik hoorde dat hij zei: "Ik heb 1500 euro nodig, je moet pinnen". De man had nog steeds het mes in de hand. Ik was bang dat hij met het grote mes zou steken. De man zei toen: "Als ik het geld niet krijg dan vermoord ik je en de politie zal je niet meer terug vinden". De man trok mij mee naar een geldautomaat met het mes op mijn keel en schudde mij door elkaar. Hij vroeg steeds om geld. We kwamen bij een pinautomaat op de Steenstraat. Ik gaf de man met het mes aan dat ik niet kon pinnen, omdat zij mijn portemonnee hadden met de passen. Vervolgens moest ik mijn pincode aan hen geven. Uit angst gaf ik hen een pincode van een bankrekening. De tweede man liep bij ons weg. Toen ik alleen was met de man met het mes gaf ik hem een harde schop. De man liet mij los. Ik rende bij hem weg. De man met het mes kwam mij achterna en sloeg mij weer met het heft van het mes op mijn rechteroog. Ik gaf de man een harde schop tussen zijn benen. Ik kon het mes van de man afpakken. De man rende weg.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b0fc603d1d09476fc46ffe83a7abb5ca2cb81499a08b3fcdc74764a4057ed0ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b0fc603d1d09476fc46ffe83a7abb5ca2cb81499a08b3fcdc74764a4057ed0ca, en de alinea staat in dat document op bytes 9693 tot 10814.