Citaat | Hoge Raad 18 november 2005

Alinea 43 Hoge Raad 18 november 2005

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6843.

Nu uit de beschikking van het hof blijkt dat het hof de beslissing omtrent de toewijsbaarheid van het verzoek van de man - ten nadele van de moeder - heeft gebaseerd op de brief van de deskundige en dat het hof daarbij kennelijk ervan is uitgegaan dat de moeder niet in de gelegenheid behoefde te worden gesteld zich over deze brief uit te laten, heeft het hof inderdaad het beginsel van hoor en wederhoor geschonden. Dit beginsel (art. 19 Rv.) houdt immers in dat de rechter partijen over en weer in de gelegenheid moet stellen zich uit te laten over alle bescheiden en andere gegevens die in de procedure ter kennis van de rechter zijn gebracht, tenzij uit de wet anders voortvloeit - een uitzondering die zich in het onderhavige geval niet voordoet - en voorts dat de rechter bij zijn beslissing zijn oordeel, ten nadele van een der partijen, niet mag baseren op bescheiden of andere gegevens waarover die partij zich niet voldoende heeft kunnen uitlaten. De klacht treft doel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32aaec3e6a51559fe18a6a598973a5cc3d7448c0c5a56738c5b818f573890572. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32aaec3e6a51559fe18a6a598973a5cc3d7448c0c5a56738c5b818f573890572, en de alinea staat in dat document op bytes 10742 tot 11735.