Citaat | Hoge Raad 16 september 2005
Alinea 50 Hoge Raad 16 september 2005
Een alinea uit Hoge Raad 16 september 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7797.
3.3 Het hof heeft geoordeeld dat de curator wel ontvankelijk is in zijn vordering en vervolgens het gevorderde bedrag integraal als schadevergoeding toegewezen. Het hof oordeelde (rov. 4.27) dat vaststaat "dat [eiser] de onderneming Installogic in de maand augustus 1998 heeft laten doordraaien terwijl hij wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat de vennootschap niet aan haar - wegens dat doordraaien nieuw te maken of verder oplopende - verplichtingen zou kunnen voldoen en geen verhaal zou bieden voor de ten gevolge van de wanprestatie te lijden schade en dat dit 'doordraaien' uitsluitend geschiedde in het belang van [eiser], namelijk om te voorkomen dat hij onder de borgstelling bij de bank zou worden aangesproken", en dat [eiser] door aldus te handelen verwijtbaar en derhalve toerekenbaar onrechtmatig jegens de desbetreffende crediteuren heeft gehandeld. Met betrekking tot de ontvankelijkheid van de curator nam het hof tot uitgangspunt (rov. 4.9) dat een faillissementscurator in een geval als het onderhavige bevoegd is een vordering tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad tegen een derde in te stellen, ook indien het onrechtmatig handelen van die derde niet jegens de gezamenlijke schuldeisers plaatsvond, doch slechts jegens een of enkelen van hen. Daarbij oordeelde het hof (rov. 4.11) dat het optreden van de curator in het onderhavige geval ook gerekend kan worden tot zijn taak als vereffenaar van de boedel, omdat bij toewijzing van de vordering een aanzienlijk bedrag aan (preferente) vorderingen zal wegvallen zodat een groter bedrag zal resteren ter verdeling onder de gezamenlijke schuldeisers, zodat deze bij het welslagen van de onderhavige procedure zullen zijn gebaat. Daarnaast oordeelde het hof - in de visie van het hof: ten overvloede - nog (rov. 4.12) dat de curator door het Lisv, een van de faillissementsschuldeisers die vorderingen hebben die na 31 juli 1998 zijn ontstaan, gemachtigd is de onderhavige vordering ten behoeve van het Lisv in te stellen. Laatstbedoeld oordeel is in cassatie niet bestreden. Het oordeel dat [eiser] onrechtmatig jegens de desbetreffende schuldeisers heeft gehandeld is in cassatie evenmin bestreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60d6e58f953f0a6f26faf72b9dab563bd3ea104e08fe688ec0c3e230cd4d4f7c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60d6e58f953f0a6f26faf72b9dab563bd3ea104e08fe688ec0c3e230cd4d4f7c, en de alinea staat in dat document op bytes 12502 tot 14702.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60d6e58f953f0a6f26faf72b9dab563bd3ea104e08fe688ec0c3e230cd4d4f7c | shasum -a 256